FactCheckerZ

Volledige versie: De ongrondwettige vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering (mei 1940) DEEL 1
U bekijkt momenteel een uitgeklede versie van ons materiaal. De volledige versie met bijbehorende opmaak weergeven.
[Afbeelding: wilhelmina-vlucht.jpg]

De ongrondwettige vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering (mei 1940)

Terwijl de strijd nog in volle gang was – en er nog dagelijks Nederlandse militairen sneuvelden – vluchtte koningin Wilhelmina en haar regering op 13 mei 1940 naar Engeland.
Vijf dagen daarvoor, op 8 mei 1940, had de Nederlandse pers nog het volgende uit de mond van prinses Juliana vernomen:



[/url][Afbeelding: 01-25.jpg]
.
[i](Merk op dat prinses Juliana schreef dat Van Loon behoorde te weten dat vijf eeuwen lang het Huis van Oranje voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen. Dit is natuurlijk bezijden de waarheid, want in 1795 was stadhouder Willem V ook al met zijn gezin naar Engeland gevlucht.)[/i]
– In de ochtend van 13 mei 1940 kwam het prinselijk gezin aan in Harwich.
– Om 10 uur die ochtend vertrok koningin Wilhelmina naar Hoek van Holland, waar een Engelse torpedobootjager [[i]de HMS ‘Hereward’[/i]] op haar wachtte.
– Een uur eerder [rond 9 uur] had het kabinet-De Geer te horen gekregen dat de koningin zou vetrekken. Waarheen was niet duidelijk.
– ’s Avonds om 19.20 uur vertrok ook de ministerraad met een Engelse torpedobootjager uit Hoek van Holland naar Engeland, echter zonder de ministers Steenberghe en Van Rhijn, zonder enige opdracht aan de opperbevelhebber generaal Winkelman, zonder bericht aan de voorzitters van de Kamers en zonder enige overdracht van bevoegdheden aan de secretarissen-generaal.
– Minster Steenberghe heeft later de secretarissen-generaal en generaal Winkelman in een bijeenkomst in kennis gesteld van het uitwijken van koningin en regering en het gezag overgedragen aan Winkelman. [i](Bron: Drs. R.L. Schuursma, ‘Bericht van de Tweede Wereldoorlog’, p.378-379.)[/i]
[i](Toen generaal Winkelman in krijgsgevangenschap geraakte, ging het gezag over naar Rijkscommissaris Seyss-Inquart.)[/i]


[Afbeelding: 400517.jpg]

[url=https://ibb.co/Nn7X1Ng]
Op 13 mei 1941 stond er het volgende in de Nieuwe Leidsche Courant en andere dagbladen te lezen:

[Afbeelding: 02-20.jpg]


Dit ‘vluchtverhaal’ werd lange tijd als Duitse propaganda beschouwd, totdat in het archief van het Britse War Cabinet een niet eerder gepubliceerd document werd aangetroffen, waaruit glashard bleek dat er wel degelijk in de herfst van 1939 via de Engelse gezant Neville Bland volop onderhandelingen gaande waren met de Britten over het vertrek van het Nederlandse koninklijke gezin naar Engeland.
Hieronder de eerste voorbereiding op 13 november 1939 

[Afbeelding: 391113-1.jpg]


[Afbeelding: 04-14.jpg]


De historicus Kikkert schrijft in zijn boek ‘De Prins in Londen’:
‘De mythe dat de Oranjes min of meer onverwacht in de meidagen 1940 gedwongen werden het vaderland te verlaten, terwijl zij dat nooit van plan waren, kan inmiddels als achterhaald worden beschouwd. Er waren eerdere, meer en uitgebreidere voorbereidingen voor een vertrek getroffen dan algemeen bekend is geworden; de weergave in het beeldvormende standaardwerk van dr. Loe de Jong is in dit opzicht op z’n minst onvolledig. De Prins der Nederlanden ging dus mee naar Engeland en volgde daarbij een van de vluchtroutes, die voorafgaande winter nauwkeurig was bepaald. Nog vijf dagen vóór de Duitse inval had prins Bernhard, slechts vergezeld van één ondergeschikte, alle wijkplaatsen en vluchtroutes persoonlijk geïnspecteerd. Wilhelmina vond het niet nodig de ministers op de hoogte te stellen van haar vertrek, ook niet de eerste minister jhr. D.J. de Geer (CHU) en minister van Oorlog A.Q.H. Dijxhoorn (partijloos). Zij bleven tot het laatste ogenblik onkundig van Wilhelmina’s plannen.’ [i](Bron: J.G. Kikkert, ‘De Prins in Londen’, 2004, p.10-12.)[/i]

[Afbeelding: pbvlucht-1.jpg]


[Afbeelding: igfarben.jpg]

[b]De reactie van oud-minister-president Colijn[/b]
Verontwaardiging over het vertrek van de Nederlandse regering en over de capitulatie deed Colijn de gal overlopen, zoals bleek uit het hoofdredactionele commentaar ‘Het Einde’ dat op 15 mei 1940 in De Standaard verscheen. Zonder het woord zelf uit de pen te laten vloeien, beschuldigde hij de ministers toch wel degelijk van lafheid.

[Afbeelding: colijn40-1.jpg]


[b]De reactie van de burgemeester van Zwolle, Arnoldus van Walsum[/b]
En zo sprak burgemeester Van Walsum op 15 mei 1940 voor de radiodistributie de bevolking toe: “Dat de koningin met de regering vlucht, terwijl er nog jongens voor haar in het vuur gaan, is misdadig. Deze handelwijze is mij onbegrijpelijk voor een vorstin uit het Huis van Oranje”.
[b]Opmerking van oud-verzetsman mr. J.E van Starp in 1950[/b]
‘Toen de Duitsers in mei 1940 ons land onder de voet liepen, is onze toenmalige regering gevlucht, ons daarbij in de grootste moeilijkheden aan ons lot overlatende. Achteraf is door deze lieden het voorwendsel bedacht dat zij doelbewust naar Engeland zouden zijn gegaan om van daaruit de strijd tegen de overweldiger voort te zetten. Daargelaten dat aan zo’n voorwendsel niet de minste waarde kan worden toegekend, indien dit verzonnen is, schiep dit een valse indruk omtrent de mentaliteit van deze lieden; de indruk namelijk, dat plichtslievendheid, strijdkracht en vaderlandsliefde de drijfveer van hun handelen was, en wij hier in Holland hebben daar in al onze ellende maar al te graag in geloofd. In Londen werd dit gezelschap gecompleteerd door zeer vele, soms hoge officieren, die in de meidagen het laagste hadden gedaan wat een militair maar kan doen, namelijk hun regiment in oorlogstijd in de steek laten. Dit is later door de Parlementaire Enquête Commissie bevestigd.’ [i](Bron: mr. J.E. van Starp, ‘De dolkstoot in de rug van het Nederlandse volk’, 1950, p.32-33.)[/i]
Dat men er in de loop van de oorlogsjaren, niet in de laatste plaats door de propaganda van Radio Oranje, anders over is gaan denken, neemt niet weg dat velen op 14 mei 1940 diep verontwaardigd waren en zich in de steek gelaten voelden. Heel wat manschappen van de marinekazerne te Amsterdam smeten die dag uit pure frustratie de wapens en munitie in het IJ. In Den Haag is het voorgekomen dat men slalommend de straat over moest vanwege de her en der uit de ramen geworpen statieportretten van de ontkomen koningin. Nog steeds leven er ooggetuigen die dit kunnen bevestigen. [i](Bron: Nanda van der Zee, De Volkskrant, 27 februari 2001.)[/i]
[b]Bijzonderheden betreffende artikel 21 van de grondwet (citaten)[/b]
Artikel 21:[b] [/b][i][b]‘In geen geval kan de zetel der Regering buiten het Rijk worden verplaatst.’ [/b](Bron: J.A. Fruin, ‘De Nederlandse wetboeken’, p.4.)[/i]
Koningin Wilhelmina op 6 september 1898 bij de aanvaarding van de kroon: [i]‘Ik zweer aan het Nederlandsche volk, dat ik de grondwet steeds zal onderhouden en handhaven. Ik zweer dat ik de onafhankelijkheid van het grondgebied des Rijks met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid en de rechten van alle Mijne onderdanen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke wetten te Mijner beschikking stellen, zooals een goed Koning schuldig is te doen. Zoo waarlijk helpe Mij God almachtig!’[/i]
‘Wilhelmina heeft met haar vlucht naar Londen op 13 mei 1940 haar eed op alle fronten geschonden. Zo overtrad zij het [pas in 1983 geschrapte] artikel 21 uit de grondwet, dat verbood dat de zetel van de regering buiten het rijk zou worden geplaatst. Door de grondwet te overtreden had de Nederlandse regering zichzelf in feite opgeheven.’ [i](Bron: Nanda van der Zee, De Groene Amsterdammer, 14 mei 1997.)[/i]
‘Volgens artikel 21 van de in 1940 geldende grondwet mocht de zetel van de regering [i]‘in geen geval’[/i] naar het buitenland worden verplaatst. De Nederlandse regering die gedurende de oorlog vanuit Londen opereerde heeft dus in feite de grondwet geschonden.’ [i](Bron: ‘Wilhelmina krijgshaftig of laf?’, NRC, 19 maart 2001.)[/i]
‘Met haar ongrondwettelijke vlucht naar Londen had de vorstin de Staat der Nederlanden op een presenteerblaadje uitgeleverd aan de Duitsers, die Nederland tot hun eigen verbazing vrijwel rimpelloos zagen transformeren in een vazalstaat.’ [i](Bron: Nanda van der Zee, De Groene Amsterdammer, 3 februari 1999.)[/i]
‘Door Wilhelmina’s reeds in de herfst van 1939 geplande vlucht kwam het aanvankelijk door de Duitsers geplande militair bestuur in Nederland (per decreet op 9 mei 1940 aangesteld) te vervallen en werd het vervangen door een civiel bestuur onder leiding van de notoire antisemiet Seyss-Inquart, die het Nederlandse ambtenarenapparaat volledig naar zijn hand wist te zetten.’ [i](Bron: Nanda van der Zee, De Groene Amsterdammer, 3 februari 1999.)[/i]
‘Naar de geest van het oorlogsrecht waren de Duitsers zelfs verplicht om ook het civiele bestuur over te nemen nadat Wilhelmina met haar vlucht had geabdiceerd. Toen de ministers haar achterna gingen, betekende dat het einde van de grondwet. De overdracht van de regeringsmacht aan generaal Winkelman was al onwettig. Volgens het oorlogsrecht waren de Duitsers vanaf dat moment verplicht het civiele bestuur over te nemen. Ze moesten de orde handhaven. Debellatio, zo noemen de geleerden dat. Vanaf dat moment mochten de Duitsers alle maatregelen die ze maar wensten aan het burgerlijk bestuur voorschrijven. Seyss-Inquart was het wettige Nederlandse gezag. Je zou kunnen zeggen dat Nederland met het aantreden van Seyss-Inquart als Rijksstadhouder ook geen bezet land meer was, maar een vazalstaat van Duitsland was geworden.’ [i](Bron: Mr. Henri Look, De Groene Amsterdammer, 14 mei 1997.)[/i]

[Afbeelding: 05-9.jpg]