FactCheckerZ

Volledige versie: De ongrondwettige vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering (mei 1940) DEEL 2
U bekijkt momenteel een uitgeklede versie van ons materiaal. De volledige versie met bijbehorende opmaak weergeven.
De koningin mag dan wel Londen tot zetel van de regering uitroepen, maar dat is volgens de grondwet een onmogelijkheid en bovendien een loze kreet als men tegelijkertijd de feitelijke macht bij Winkelman achterlaat. In dat licht is het niet moeilijk de koningin te beschouwen als iemand die vrijwillig de benen had genomen naar een zelfgekozen ballingsoord, waar ze niet door een formele regering, maar door een groep rebellen zonder gezag werd omgeven.’ (Bron: Nanda van der Zee, ‘Om erger te voorkomen’, 1997/2, p.151.)
‘Men had [in Londen] geen enkele moeite met de grondwetsbepaling die zei dat de zetel van het Rijk nimmer buiten Nederland kon worden verplaatst terwijl dat toch met ingang van 13 mei 1940 wel degelijk het geval was.’ (Bron: Koos Groen, ‘Er heerst orde en rust’, 1979, p.35.)
‘De Nederlandse regering week in mei 1940 naar Londen uit. Zoveel weet iedereen nog wel. Maar er was elders nog vrij Nederlands grondgebied: Suriname, de Nederlandse Antillen en Nederlands-Indië. Het publiek mag best weten dat er tussen Londen en Batavia in 1940-1941 een intensieve gedachtewisseling is geweest over het uitwijken van de Nederlandse regering, inclusief de Vorstin, naar Nederlands-Indië. De Minister van Koloniën te Londen en de Gouverneur-Generaal te Batavia waren daar voorstanders van. Minister van Buitenlandse zaken en koningin Wilhelmina voelden er minder voor, de laatste waarschijnlijk totaal niets. Naarmate de oorlogsdreiging in het Verre Oosten toenam ebde de discussie over de zetelverplaatsing weg. Wat historisch overeind blijft is: de Nederlandse regering en koningin konden naar Nederlands gebied uitwijken.’ (Bron: Prof. dr. N. Beets, NRC, 29 september 1979.)

[Afbeelding: 06-7.jpg]
    
Ben Endlich over de meidagen 1940 en de vlucht van koningin Wilhelmina
“Op 10 mei 1940 werd ik ingedeeld bij een groep met bestemming Rotterdam. Als bewapening kreeg ik een geweer mee, daterend uit het eind van de 19e eeuw, zonder draagriem, plus zestig patronen en twee handgranaten met het dringende verzoek ‘er toch vooral zuinig op te zijn’. Maar het vertrek naar Rotterdam werd afgeblazen. Men vertelde ons over de vlucht – nog niet eens wetende dat die al ruim een half jaar tevoren gepland en georganiseerd was – van koningin Wilhelmina op 13 mei naar Engeland met in haar kielzog het van niets wetende kabinet, met uitzondering van de twee jongste ministers die later volgden. Verbijstering, onbegrip, woede om het zich in de steek gelaten voelen, streden in mijn kop om de voorrang. Daarin stond ik niet alleen. Toen ik uit verbittering mijn geweer en munitie in het water van het IJ smeet, volgden de anderen mij na.  Wij voelden ons verraden – althans zo verging het mij – door het symbool om wie wij ons uniform droegen voor koningin en vaderland! Hoe koningsgezind ik ook gebleven ben – daar heeft mijn Indische opvoeding van indertijd wel voor gezorgd – dat het verraad was, vind ik tot op de dag van vandaag. Immers, koningin Wilhelmina’s vertrek liet het bestuurlijk vacuüm achter dat aan Hitler de gelegenheid bood, het reeds door hem ingestelde militaire bestuur te vervangen door een nationaal-socialistisch civiel bestuur. Dit heeft niet alleen immense gevolgen gehad voor het jodendom *) in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook voor de Nederlandse politie die daardoor het directe verlengstuk werd van Rauters Duitse politie. Dat alles was in flagrante strijd met het alom gehoorde alibi van het ‘landsbelang’. Hier heeft louter persoonlijk belang een rol gespeeld, anders had de koningin de zetel van de regering – en dat had ze volgens de grondwet ook moeten doen – niet buiten, maar binnen het rijk verplaatst: naar Nederlands-Oost-Indië! Het hierop betrokken artikel in de grondwet is geheel verdwenen, na publicatie in de Nederlandse Staatscourant van 17 februari 1983 als ‘plechtig aangekondigde veranderingen in de Grondwet’. Het is op zijn zachtst gezegd een merkwaardig feit, dat de Toelichting die uitsluitsel zou moeten geven over deze wijziging – ondanks al mijn pogingen die op te sporen – ontraceerbaar blijkt te zijn. Precies twee weken nadat ik mijn wapentuig in het IJ had gegooid, werd ik uit krijgsgevangenschap ontslagen. Nog steeds kijk ik er met verbazing op terug hoe snel het gewone dagelijkse leven na die vijf oorlogsdagen, nu onder Duitse bezetting, zich hernam. De bloemenveilingen in Aalsmeer vonden na een week alweer plaats, het openbaar vervoer kwam dadelijk op gang, de Beurs ging open alsof er niets was gebeurd, de politie surveilleerde als vanouds in de straten en de mensen hervatten hun werk.” (Ben Endlich (Batavia, 1916-Haarlem 2006) tegen Nanda van der Zee in ‘De oorlog na de oorlog, 2006, p.56-58.)
*) Volgens de historica Nanda van der Zee wees niets erop dat de Duitsers vóór de inval van plan waren een civiel bestuur in Nederland te vestigen. Door artikel 21 van de grondwet te overtreden had de Nederlandse regering zichzelf in feite opgeheven. Seyss-Inquart kon op die manier als Rijksstadhouder de plaats van Wilhelmina overnemen. (Bron: Nanda van der Zee, De Groene Amsterdammer, 14 mei 1997.)
Door de onwettige ‘zetelverplaatsing’ naar Engeland kreeg Nederland dus naast een militaire bezetting tevens een Duits burgerlijk bestuur onder Seyss-Inquart dat extra noodlottig is geworden voor het joodse deel van de Nederlandse bevolking.
In België en Denemarken – waar de vorsten wel op hun post zijn gebleven – heeft het overgrote deel van de joden de oorlog overleefd. In België was dit 90% van de Belgische- en 60% van de buitenlandse joden (meest afkomstig uit Duitsland en Centraal Europa). Mede door toedoen van de Deense koning heeft in Denemarken zelfs 99% van de joden de oorlog overleefd. (Bronnen: I. Gutman, ‘Encyclopedia of the Holocaust’ en Nanda van der Zee, De Groene Amsterdammer, 14 mei 1997.)
Dit in tegenstelling tot Nederland, waar maar 20% van de joden de oorlog heeft overleefd. België en Denemarken kenden dan ook geen ‘Westerbork’.

Bijlagen
Zoals ik reeds heb vermeld, heeft koningin Wilhelmina met haar vlucht naar Londen op 13 mei 1940 haar eed op de grondwet geschonden (dus in feite geabdiceerd). Artikel 21 van de grondwet verbood namelijk dat de zetel van de regering buiten het rijk zou worden geplaatst. Door artikel 21 van de grondwet te overtreden had ook de Nederlandse regering zichzelf in feite opgeheven. Dit artikel stamt overigens al uit 1815. Toen heette het nog artikel 29. In 1848 is het gewijzigd in artikel 26 en in 1917 in artikel 21. Met de grondwetsherziening in 1983 is het artikel pas geschrapt.

[Afbeelding: art21-15.jpg]

Zie rechts onderaan:

[Afbeelding: art21-48.jpg]

 
[Afbeelding: struyken.jpg]
 
Bron: https://gerarddeboer45.wordpress.com/2013/12/01/de-ongrondwettige-vlucht-van-koningin-wilhelmina-en-haar-regering-mei-1940/

(Tijdens de grondwetsherziening van 1922 was al eens ter discussie gesteld of het wenselijk was om de mogelijkheid tot verplaatsing van de regeringszetel buiten het Rijk in tijd van nood in de grondwet op te nemen. De toenmalige regering vond het echter niet nodig om artikel 21 hierover aan te passen.)

[Afbeelding: 400514.jpg]


[Afbeelding: 410515.jpg]


[Afbeelding: art21-83-1.jpg]


Na de oorlog was kritiek op de Londense regering strafbaar. Zelfs als men verwees naar artikel 21.
 
[Afbeelding: POOTJES.jpg]
 
[Afbeelding: POOTJUL.jpg]

BRON: https://gerarddeboer45.wordpress.com/201...-mei-1940/